Voor God moet je wat over hebben

Vrijdag 15 september

Ongelofelijk, ik heb me verslapen! Dat is werkelijk zeldzaam en ik moet zeggen, wat heb ik lekker geslapen. Vandaag dus weer geen wandeling, niet erg, want we hebben een flink programma, we gaan naar God! Om naar deze heer te gaan moeten we de Taag over, wij hebben voor het veer gekozen, gewoon met onze OV.
We gaan naar het reusachtige Christusbeeld in Almada. Het standbeeld werd gebouwd in opdracht van de Portugese dictator Antonio de Oliveira Salazar in 1959.
Om het kwartier vertrekt er een veerboot van Sodré naar Cacilhas
Binnen het kwartier waren we aan de overkant, bibberend en wel, want er waaide een stevige noorden wind en de temperatuur was nog niet gestegen.
Even zoeken waar de bus naar Almada vertrekt en ja hoor, bus 101a, rijdt er rechtstreeks naar toe. God woont boven op een berg op een hele hoge zuil.
Toen we de bus uitstapten werden we al geconfronteerd met de wind, maar toen we onder de voeten van God stonden, werden we zowat weggeblazen. Maar…..het uitzicht daar is magistraal, je kunt heel Lissabon overzien en je hebt een schitterend zicht op de ‘mooie rooie’.
Omdat ik echt bang was dat mijn pruik ten hemel zou gaan stijgen, wilde ik niet met de lift naar boven. Manlief twijfelde nog even, maar ook hij vond er niks aan in die behoorlijk koude wind.
We hebben er wat rondgestruind, gefotografeerd en toen geloofden we het wel en keerden God onze ruggen toe.
We besloten om te gaan lopen, werden we wat warmer, hoopten we.
Dat was een goed besluit, het kostte wat tijd, maar we zagen wel veel. We belandden bij een uitkijkpunt en hadden wederom prachtig zicht. We konden kiezen, over de weg naar beneden of via vele trappen. Na wat getwijfel kozen we voor de trappen, we zouden meteen omdraaien als het te erg werd. Het ging goed en het was leuk, en spannend. En…..verrassing, we kwamen uit op het terras van het door ons uitgekozen restaurant, super. Het was nog niet open, maar wij gingen alvast aan een tafeltje in het zonnetje zitten, want er waren al vele tafels gereserveerd.
We zaten er super en waanden ons in Venetië. Al gauw kwam er meer volk en het restaurant ging open. We bestelden, manlief een dikke biefstuk en ik weer een kabeljauw gerecht, nu als koekjes met een bonen/rijst gerecht erbij. Dit werd nummer 4 van de 365 en het smaakte me geweldig en manlief at zelfs ook twee viskoeken en vond het heerlijk.
Maar…jawel, weer een maar, een dikke maar zelfs, tijdens het eten draaide de zon en liet ons in de schaduw verder eten en het werd kouder en kouder. Manlief had het zelfs zo koud, dat hij niet meer op kon houden met trillen, het zag er echt eng uit. We namen geen nagerecht meer en maakten dat we zo snel mogelijk weg kwamen, na betaald te hebben.
Er wachtte nog een uitdaging voor manlief, we moesten over een heel smal weggetje langs de Taag, maar het was wel adembenemend mooi. Gelukkig is manlief niet de rivier in gewaggeld. We zagen een reuze kwal, hij liet zich slecht fotograferen, wat een kwallenstreek.
Inmiddels waren we beiden tot op het bot verkleumd.
Op het veer, kozen we een plek benedendeks en ontdooiden wat.
Eenmaal weer in Lissabon, konden we verder opwarmen, de wind was er stukken minder en het was beduidend warmer.
Via de grote winkelstraat liepen we terug, nu zagen we daar het leven van overdag. Veel volk op de been, veel straatartiesten, bedelaars en we zagen een blank gezin uit Zuid Afrika die met de fiets gekomen waren. Ze waren al in Italië, Corsica, Frankrijk en Spanje geweest en wilden nu een boot zien te vinden die hun naar Amerika bracht en……u raadt het al, ze hadden geld nodig. Ze hadden allerlei prullen gemaakt en probeerden die te verkopen. Ik vond het erg wrang om hen naast die arme sloebers, te zien zitten en vragen om geld. Hun kinderen hadden verweerde gezichten met ietwat vervilt haar en echt blij keken ze niet, volgens mij waren ze doodop.
Wij kochten nog wat gebakjes en liepen verder naar huis, het was tijd om te gaan chillen.

2 thoughts on “Voor God moet je wat over hebben